ECLI:NL:CRVB:2005:AS5695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Bbz-lening na beëindiging zelfstandige activiteit
Appellant, die sinds 1986 bijstand ontving en meerdere leningen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) had ontvangen, staakte zijn zelfstandige activiteiten in januari 2000. De gemeente stelde het restantbedrag van de lening vast en legde een aflossingsregeling op. Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering en stelde dat hij door onjuiste informatie van de gemeente leningen had afgesloten die hij anders niet had genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat artikel 23 van Pro het Bbz dwingend voorschrijft dat de lening bij beëindiging van het bedrijf volledig moet worden terugbetaald, en dat artikel 78, derde lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) niet van toepassing is op deze terugvordering.
De Raad ziet geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en wijst het beroep van appellant af. Er is geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden die toepassing van de dwingendrechtelijke bepalingen in de weg staan. De terugvordering en aflossingsregeling zijn daarmee rechtsgeldig vastgesteld.
Uitkomst: De terugvordering van de Bbz-lening wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.