ECLI:NL:CRVB:2005:AS6539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na niet hervatten werkzaamheden
Appellante was werkzaam bij een uitzendbureau en was arbeidsongeschikt van 7 tot en met 27 januari 2002. Na haar hersteldverklaring op 28 januari 2002 heeft zij haar werkzaamheden niet hervat. Het uitzendbureau beëindigde daarop haar dienstverband.
Appellante verzocht om een WW-uitkering, maar deze werd geweigerd omdat zij verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellante, gelet op haar hersteldverklaring, in staat was haar werk te hervatten en dat haar niet-hervatten en houding redelijkerwijs tot ontslag konden leiden.
De Raad vond dat appellante haar bereidheid om te hervatten onvoldoende had onderbouwd en dat de verwijtbare werkloosheid haar in overwegende mate kon worden toegerekend. Vergoeding van proceskosten werd niet toegewezen. De uitspraak werd op 17 februari 2005 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na niet hervatten van werkzaamheden.