ECLI:NL:CRVB:2005:AS6595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit geen toeslag bij inwoning bij ouder op grond van Algemene bijstandswet
Appellant ontving vanaf 1982 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Vanaf 1986 woonde hij bij zijn moeder, waarna de gemeente Rotterdam besloot hem geen toeslag toe te kennen op de bijstandsnorm, gebaseerd op de toen geldende Verordening toeslagen en verlagingen Algemene bijstandswet. Na het overlijden van zijn moeder in 1998 werd alsnog een toeslag toegekend.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit geen toeslag te verlenen over de periode van 1 april 1997 tot 15 juni 1998. De rechtbank vernietigde het besluit wegens procedurele fouten, maar handhaafde de rechtsgevolgen inhoudelijk. De Raad beoordeelde in hoger beroep of de gemeente terecht de toeslag had onthouden.
De Raad oordeelde dat de gemeente correct had gehandeld door de wijziging van de verordening niet verder terug te laten werken dan 2 maart 1999, mede gelet op belangenafwegingen zoals kosten, rechtszekerheid en het standpunt van de minister. Appellant had bovendien geen beroep ingesteld tegen het eerdere besluit, dat daarmee onherroepelijk was geworden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellant, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht geen toeslag ontving gedurende de periode dat hij bij zijn moeder inwoonde.