ECLI:NL:CRVB:2005:AS6597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit terugwerkende kracht toeslag bijstand voor alleenstaande inwonend bij ouders
Appellante, een alleenstaande die bij haar moeder inwoont, stelde zich op het standpunt dat zij recht had op een toeslag op haar bijstandsnorm met een verdergaande terugwerkende kracht dan 1 maart 1999. De gemeente ’s-Gravenhage had de toeslag van 14% van het netto minimumloon toegekend met terugwerkende kracht vanaf die datum, conform een gewijzigde verordening. Appellante had geen bezwaar gemaakt tegen het eerdere omzettingsbesluit uit 1996, dat haar geen toeslag verleende omdat zij bij haar moeder woonde.
De Raad overwoog dat de wijziging van de verordening een discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad betreft, waarbij terughoudendheid door de rechter is geboden. De gemeenteraad had de belangen zorgvuldig afgewogen en besloten de terugwerkende kracht te beperken tot 1 maart 1999, mede vanwege het standpunt van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat verdere terugwerkende kracht niet noodzakelijk was en de kosten daarvan niet zouden worden vergoed.
Appellante kon geen bewijs leveren van telefonische toezeggingen die haar aanspraak op een toeslag eerder dan 1 maart 1999 zouden ondersteunen. De Raad vond geen grond voor een uitzondering op de formele rechtskracht van het omzettingsbesluit van 1996. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de toeslag op de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 1999 correct is toegekend en wijst een verdergaande terugwerkende kracht af.