ECLI:NL:CRVB:2005:AS6609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht toeslag bijstand voor alleenstaande inwonend bij ouders
Appellant ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering zonder toeslag omdat hij bij zijn ouders woonde, conform de toen geldende verordening. In 1999 werd de verordening gewijzigd waardoor alleenstaande meerderjarige kinderen die bij hun ouders wonen recht kregen op een toeslag van 14% van het minimumloon, met terugwerkende kracht tot 1 maart 1999.
Appellant stelde dat deze terugwerkende kracht ook had moeten gelden vanaf de datum van toekenning van de bijstand in 1996, omdat hij niet op de hoogte was van het recht op toeslag en geen bezwaar had gemaakt. De gemeente beriep zich op de formele rechtskracht van het oorspronkelijke besluit en de redelijkheid van de beperkte terugwerkende kracht.
De Raad oordeelde dat de gemeente in redelijkheid heeft besloten de terugwerkende kracht te beperken tot 1 maart 1999. Daarbij speelde mee dat het om een bestaansvoorziening op minimumniveau gaat, het standpunt van de Minister van Sociale Zaken dat verdere terugwerkende kracht niet nodig was, en de rechtszekerheid van de gemeente. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De toeslag op de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend vóór 1 maart 1999.