ECLI:NL:CRVB:2005:AS6690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit terugwerkende kracht toeslag bijstand tot 1 maart 1999
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage om hem niet eerder dan met ingang van 1 maart 1999 een toeslag op de bijstand toe te kennen, terwijl hij meent dat de terugwerkende kracht verder had moeten gaan. De Raad stelt vast dat appellant geen bezwaar heeft gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit van 7 oktober 1996, waardoor dit besluit formeel onaantastbaar is geworden.
De Raad overweegt dat het verlenen van terugwerkende kracht aan een wijziging van een verordening een discretionaire bevoegdheid is van het bestuursorgaan. Bij de afweging heeft de gemeente zorgvuldig de belangen gewogen, rekening houdend met de financiële consequenties en het standpunt van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat verdere terugwerkende kracht niet noodzakelijk was en niet door het Rijk zou worden vergoed.
De Raad oordeelt dat de gemeente in redelijkheid heeft kunnen besluiten de terugwerkende kracht te beperken tot 1 maart 1999. Ook het rechtszekerheidsbeginsel speelt een rol, aangezien appellant geen bezwaar heeft gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de toeslag niet verder terug dan 1 maart 1999 toe te kennen wordt bevestigd.