ECLI:NL:CRVB:2005:AS6760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onterecht toegekende WW-uitkering ondanks fouten uitvoeringsorganisatie
Appellante kreeg vanaf 1 januari 1997 recht op een WW-uitkering voor 20 uur per week, hoewel het recht oorspronkelijk voor 40 uur gold. Na een verzoek om verhoging naar 40 uur werd dit afgewezen omdat het recht niet herleefde na meer dan zes maanden onderbreking. Later werd het recht per 4 mei 1998 onterecht vastgesteld op 40 uur, waarna gedaagde dit herzag en een terugvordering instelde.
Appellante voerde aan dat zij en haar echtgenoot geen verwijt treft en dat zij mocht vertrouwen op de juiste vaststelling van het recht. De Raad oordeelt echter dat de wet herziening en terugvordering ook bij fouten van de uitvoeringsorganisatie toestaat en dat appellante redelijkerwijs op de eerdere besluiten had kunnen vertrouwen dat het recht niet hoger dan 20 uur kon zijn.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het beroep af, waarbij ook de berekening van de terugvordering niet onjuist is bevonden. De terugvordering is bovendien beperkt tot de periode van 4 mei tot 4 november 1998, wat appellante niet tekortdoet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de ten onrechte toegekende WW-uitkering en wijst het beroep van appellante af.