ECLI:NL:CRVB:2005:AS7067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering materiële schadevergoeding bij vertraagde bijstandsuitkering
Appellant had een bijstandsuitkering aangevraagd met ingang van 26 mei 1997, die aanvankelijk werd geweigerd. Na heroverweging kende het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam alsnog de uitkering toe. De rechtbank vernietigde de eerdere weigering en heropende het onderzoek voor een schadevergoeding.
De rechtbank veroordeelde het College tot betaling van wettelijke rente over de uitkering, maar wees verdere schadevergoedingen af. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing en stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het verzoek alleen betrekking had op schade wegens vertraging in de betaling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek inderdaad alleen ziet op vergoeding van schade wegens vertraging in de voldoening van een geldsom. De Raad bevestigde dat buiten de wettelijke rente geen vergoeding van materiële of immateriële schade toekomt, omdat geen uitzonderingen op deze hoofdregel van toepassing zijn. Ook de vordering tot uitbetaling van vakantiegeld bleef buiten beschouwing.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat alleen wettelijke rente wordt toegekend en wijst vergoeding van materiële en immateriële schade af.