ECLI:NL:CRVB:2005:AS7593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens ernstige schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1985 een bijstandsuitkering. Gedaagde trok het recht op bijstand in en vorderde kosten terug wegens het niet tijdig melden van vermogen in Marokko, waaronder een aandeel in een badhuis en andere onroerende zaken. Appellant voerde aan dat de informatie onjuist was geïnterpreteerd en dat hij deviezenbeperkingen had.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting ernstig had geschonden door het bezit van vermogen niet te melden. Onderzoek van de Nederlandse ambassade bevestigde het bezit van onroerend goed. De Raad stelde vast dat de intrekking en terugvordering terecht waren, maar corrigeerde de periode waarop de Algemene bijstandswet van toepassing was.
Verder werd de opgelegde boete van f 5.000,-- vernietigd en vervangen door een lagere boete van € 975,63, conform de nieuwe Wet werk en bijstand en gemeentelijke verordening. De Raad veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd, de boete wordt verlaagd tot € 975,63 en de proceskosten worden aan appellant toegekend.