ECLI:NL:CRVB:2005:AS7903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van de gemeente ’s-Gravenhage tot terugvordering van bijstand, omdat zij volgens de gemeente met [M. A.] een gezamenlijke huishouding zou hebben gevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde of appellante en [M. A.] gedurende de gehele in geding zijnde periode een gezamenlijke huishouding hadden. Hoewel uit eerdere zaken bleek dat zij op een bepaald moment wel samenwoonden, ontbrak het aan voldoende bewijs dat dit voor de gehele periode gold. Verklaringen en onderzoeken boden geen sluitend bewijs, en anonieme tips en brieven bevatten geen objectieve gegevens.
De Raad stelde vast dat het besluit van 8 februari 2002 niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde dit besluit. Gedaagde werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden de proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding over de gehele periode.