ECLI:NL:CRVB:2005:AS8197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Mededeling over vaststelling vermogen bij bijstandsverlening geen besluit in bestuursrechtelijke zin
Appellante ontving een bijstandsuitkering in de vorm van een geldlening omdat haar vermogen nog niet definitief was vastgesteld. Gedaagde stuurde een brief waarin werd medegedeeld dat de opbrengst van de verkoop van de echtelijke woning bij de definitieve vaststelling van het vermogen betrokken zou worden. Appellante maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar dit werd door het bestuursorgaan en de rechtbank ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep heeft ambtshalve onderzocht of de mededeling als een besluit in de zin van artikel 1:3, lid 1, Awb kan worden aangemerkt. De Raad oordeelde dat dit niet het geval is, omdat de mededeling niet gericht was op een rechtsgevolg maar slechts een aankondiging van een toekomstige vaststelling. Het bezwaar tegen deze mededeling is daarom niet-ontvankelijk.
De uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 juli 2001 worden vernietigd. De Raad veroordeelt het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De mededeling over de toekomstige vaststelling van het vermogen is geen besluit, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.