ECLI:NL:CRVB:2005:AS8500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet
Appellant was sinds 1 januari 2000 in dienst bij een automatiseringsbedrijf en werd gedetacheerd bij KLM. Na een incident op 17 september 2001 weigerde KLM hem nog op de werkplek toe te laten, waarna zijn werkgever hem op 21 september 2001 op staande voet ontsloeg wegens herhaaldelijk weigeren redelijke bevelen op te volgen en grovelijk agressief gedrag.
Appellant startte een procedure tegen het ontslag, dat werd ingetrokken met een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, welke op 16 november 2001 werd ontbonden zonder vergoeding. Hij vroeg daarop een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos was geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond op basis van rapporten en verklaringen waaruit bleek dat appellant sinds maart 2001 een negatieve en agressieve houding had, die hij had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij deze beoordeling en benadrukt dat als gedetacheerde hoge eisen aan zijn gedrag werden gesteld om de relatie tussen werkgever en KLM niet te schaden. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid bevestigd.