ECLI:NL:CRVB:2005:AS8585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-verzekerd zijn volgens Algemene Kinderbijslagwet
Appellante, met de Surinaamse nationaliteit en sinds 1991 woonachtig in Nederland, verzocht om kinderbijslag over het vierde kwartaal van 1998 tot en met het eerste kwartaal van 2000. De Sociale verzekeringsbank weigerde deze op grond van het ontbreken van verzekeringsrecht volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De Raad overwoog dat een bestuursorgaan een herhaalde aanvraag kan behandelen maar dat toetsing zich moet beperken tot nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Het feit dat appellante sinds 22 maart 2000 een verblijfsvergunning heeft, is geen nieuw feit dat tot een ander besluit kan leiden voor de peildatum van het vierde kwartaal 1998.
Verder was appellante na 27 augustus 1998 niet langer verzekerd op grond van de Koppelingswet en verrichtte zij arbeid zonder geldige tewerkstellingsvergunning, waardoor zij niet verzekerd was volgens de AKW. De Raad oordeelde dat de weigering van kinderbijslag terecht was en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De weigering van kinderbijslag aan appellante over de periode 1999-2000 wordt bevestigd omdat zij niet verzekerd was volgens de AKW.