ECLI:NL:CRVB:2005:AT0301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van de gedifferentieerde WAO-premie en pemba-opslag
Appellante betwistte de hoogte van de gedifferentieerde WAO-premie, met name de pemba-opslag, en stelde dat deze opslag discriminerend en willekeurig was, in strijd met artikel 14 EVRM Pro, artikel 1 van Pro het eerste Protocol EVRM en artikel 26 IVBPR Pro. Zij maakte onderscheid tussen werkgevers zonder bovengemiddelde WAO-lasten, werkgevers met bovengemiddelde WAO-lasten met medeschuld, en werkgevers met bovengemiddelde WAO-lasten zonder medeschuld.
De Raad stelde vast dat de gedifferentieerde premie wordt vastgesteld zonder onderscheid te maken naar de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid, omdat elke werkgever het risico loopt op arbeidsongeschikte werknemers door oorzaken buiten de arbeidsrelatie. De medeschuld van de werkgever speelt geen rol bij de premiehoogte, conform vaste jurisprudentie.
De Raad oordeelde dat de vermeende ongelijke behandeling niet leidt tot strijd met de genoemde verdragsbepalingen. De wet Pemba kan in de praktijk uiteenlopende effecten hebben, maar dat betekent niet dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden. De Raad liet de juistheid van de door appellante gemaakte onderverdeling van werkgevers in drie categorieën buiten beschouwing, omdat dit niet relevant was voor de beoordeling.
Uiteindelijk bevestigde de Centrale Raad van Beroep het eerdere vonnis van de rechtbank Arnhem en verwierp het hoger beroep van appellante, waarmee de opgelegde premie inclusief pemba-opslag gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de opgelegde gedifferentieerde WAO-premie inclusief pemba-opslag en wijst het hoger beroep af.