ECLI:NL:CRVB:2005:AT0352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde middelen in natura
Appellante ontving vanaf maart 2000 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg herzag het recht op bijstand over de periode april 2000 tot januari 2001 en vorderde ten onrechte verleende bijstand terug, omdat appellante zonder melding onderhoudsbijdragen in natura ontving van haar ex-echtgenoot ter waarde van gemiddeld 500 gulden per maand.
Appellante stelde dat de ontvangen kleding en boodschappen als giften moesten worden aangemerkt en niet als inkomen, maar de Raad oordeelde dat deze middelen gezien het doel en het periodieke karakter als inkomen in de zin van de Algemene bijstandswet (Abw) moeten worden beschouwd. Hierdoor was appellante verplicht deze middelen te melden.
De Raad bevestigde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand terecht werd herzien en teruggevorderd. Tevens werd de opgelegde boete gehandhaafd, aangezien geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. De overgang naar de Wet werk en bijstand (WWB) en de nieuwe verordening wijzigden hieraan niets. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, terugvordering en boete wegens niet gemelde middelen in natura.