ECLI:NL:CRVB:2005:AT0374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken verzekering volgens Algemene Kinderbijslagwet
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin kinderbijslag over het derde kwartaal 1998 tot en met het derde kwartaal 1999 werd geweigerd. De weigering was gebaseerd op het oordeel dat appellant niet verzekerd was ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet.
Tijdens de zitting van 11 februari 2005 is het geschil besproken waarbij appellant niet heeft kunnen aantonen dat hij tot de groep personen behoorde die onder de tot 1 juli 1998 geldende regelgeving hun verzekeringspositie krachtens de volksverzekeringen hadden verworven en rechtmatig in Nederland verbleven volgens artikel 1b, onder 3, van de Vreemdelingenwet.
De Raad oordeelt dat de weigering van kinderbijslag terecht is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarmee blijft de beslissing van de Sociale verzekeringsbank ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van verzekering volgens de Algemene Kinderbijslagwet.