ECLI:NL:CRVB:2005:AT1044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en voorzieningen bij WAO-uitkering
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van gedaagde volgens de Wet op de arbeidsongevallenverzekering (WAO). Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, had de uitkering van gedaagde per 23 februari 2002 vastgesteld op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij bestreden besluit werd afgewezen. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit.
In hoger beroep betoogde appellant dat voldoende rekening was gehouden met de suikerziekte van gedaagde en dat deze ziekte geen beperkingen voor arbeid verrichten oplevert. Tevens stelde appellant dat de aanwezigheid van een fonteintje in het toilet niet noodzakelijk is. De Raad onderschreef het oordeel dat de suikerziekte geen beperkingen oplevert, maar stelde dat een wasvoorziening in de toiletruimte noodzakelijk is.
De Raad verwierp het criterium dat voorzieningen bij indiensttreding vast moeten staan en stelde dat het voldoende is dat aannemelijk is dat noodzakelijke voorzieningen, zoals een fonteintje, kunnen worden aangebracht. Het bestreden besluit werd bekrachtigd, waarbij de Raad het standpunt van appellant volgde dat gedaagde geschikt is voor de geselecteerde functies met inachtneming van beperkingen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bekrachtigd.