ECLI:NL:CRVB:2015:2193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J. Riphagen
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als stukadoor, viel op 16 oktober 2009 uit wegens vermoeidheidsklachten en diverse andere gezondheidsproblemen. Het UWV stelde bij besluit van 17 augustus 2012 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de WIA-uitkering af. Dit besluit werd door de rechtbank Oost-Brabant bevestigd, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen, waaronder een strikt slaap/waakritme, kleurenblindheid en psychische aandoeningen, onvoldoende waren meegewogen. Hij overhandigde aanvullende medische rapporten van verschillende specialisten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV weerlegde deze punten en stelde dat er geen objectieve medische gegevens waren die tot zwaardere beperkingen leidden.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot wijziging van de beoordeling. Wel werd erkend dat rekening moest worden gehouden met de noodzaak van toiletvoorzieningen vanwege darmklachten, maar dit leidde niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.