ECLI:NL:CRVB:2005:AT1587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende transparantie CBBS-methodiek
Appellant, voormalig inpakker met recidiverende rugklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Na bezwaar en beroep werd dit besluit door rechtbank en Raad bevestigd. Bij een herbeoordeling werd de uitkering verhoogd naar 65-80% arbeidsongeschiktheid, maar dit herzieningsbesluit werd eveneens aangevochten.
De Raad beoordeelde het medische bewijs en oordeelde dat er geen nieuwe medische inzichten waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden. De arbeidsdeskundige selectie van passende functies werd eveneens als adequaat beschouwd. Echter, de toegepaste CBBS-methodiek bij de herziening ontbeerde voldoende transparantie, verifieerbaarheid en toetsbaarheid, mede doordat belangrijke signaleringen niet in de dossierstukken werden opgenomen.
De Raad concludeerde dat het herzieningsbesluit daarom niet in stand kon blijven en vernietigde het besluit. Het eerdere besluit met een lagere mate van arbeidsongeschiktheid bleef gehandhaafd. Tevens werd het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit tot verhoging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende transparantie van de gehanteerde methodiek.