ECLI:NL:CRVB:2006:AU9852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.C. Bruning
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing herziening WAO-uitkering met CBBS-systeem
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), stelde de WAO-uitkering van gedaagde met ingang van 21 augustus 2002 herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid, gebruikmakend van het nieuwe CBBS-systeem. Gedaagde betwistte deze herziening en de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit van appellant.
Het geschil spitste zich toe op de vergelijkbaarheid en toepassing van het oude FIS-systeem en het nieuwe CBBS-systeem, waarbij het CBBS de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) gebruikt. De Raad oordeelde dat het CBBS in beginsel rechtens aanvaardbaar is, maar dat in deze zaak de motivering van de verzekeringsarts onvoldoende was, met name vanwege tegenstrijdige waarderingen van de belastbaarheid van de schouders zonder nadere toelichting.
De Raad concludeerde dat de schatting onvoldoende transparant, verifieerbaar en toetsbaar was en wees het hoger beroep van appellant af. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd.