ECLI:NL:CRVB:2005:AT2754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet behouden passende arbeid door eigen toedoen
Appellant had via een uitzendbureau passende arbeid als invalchauffeur bij opdrachtgever Plieger verkregen. De uitkering werd met ingang van 29 mei 2001 geheel geweigerd omdat appellant deze arbeid door eigen toedoen niet heeft behouden.
De rechtbank Groningen had dit besluit eerder bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij verhinderd was om te werken vanwege huisvestingsproblemen, maar de Raad vond hiervoor geen bewijs in de gedingstukken.
De Raad beoordeelde het geschil aan de hand van de Werkloosheidswet en concludeerde dat appellant zijn verplichtingen uit artikel 24 WW Pro niet is nagekomen. Er waren geen omstandigheden die de verwijtbaarheid konden verminderen.
Daarom werd het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om de WW-uitkering blijvend te weigeren bevestigd. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: De WW-uitkering van appellant wordt blijvend geheel geweigerd omdat hij door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden.