ECLI:NL:CRVB:2005:AT2767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontslag op staande voet na handgemeen op werkvloer
Appellant was sinds maart 1998 in dienst bij Albert Heijn als magazijnmedewerker. In de nacht van 15 op 16 februari 2000 ontstond een conflict toen appellant vanwege een kapotte scanner een collega om een nieuwe vroeg. Na weigering ontstond een handgemeen waarbij appellant de collega sloeg. Dit leidde tot ontslag op staande voet per 17 februari 2000 en later ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter.
Appellant vroeg vervolgens een WW-uitkering aan met ingang van 18 oktober 2000. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering blijvend wegens verwijtbare werkloosheid, omdat appellant zich zodanig had gedragen dat hij redelijkerwijs moest begrijpen dat dit het ontslag tot gevolg zou hebben.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond het bewezen dat appellant de collega heeft geslagen en dat dit de oorzaak van het ontslag was. Er waren geen aanwijzingen voor verminderde verwijtbaarheid of omstandigheden die het gedrag konden rechtvaardigen. De Raad wees ook het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet.