ECLI:NL:CRVB:2005:AT3064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering premievermindering WAO voor uitkering van voor 2002
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch inzake de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor het premiejaar 2002. De kern van het geschil betreft de vraag of de regeling voor premievermindering, opgenomen in het Besluit regres en premievermindering WAO, toegepast kan worden op een uitkering die is toegekend met ingang van 5 januari 1999.
De Raad overweegt dat de regeling voor premievermindering uitsluitend van toepassing is op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die ingaan op of na 1 januari 2002. Omdat de uitkering van de ex-werknemer van appellante dateert van vóór deze datum, is de regeling niet van toepassing. De Raad wijst ook op het ontbreken van terugwerkende kracht van de regeling en verwerpt het beroep op analoge toepassing van eerdere jurisprudentie.
Appellante voerde aan dat de regelgeving onrechtvaardig is en verwees naar doorbraakarresten van de Hoge Raad, maar de Raad acht deze niet van toepassing omdat er geen sprake is van gewekte verwachtingen. Het bestreden besluit van 19 juni 2002, waarin de bezwaren van appellante ongegrond zijn verklaard, wordt daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de regeling voor premievermindering niet van toepassing is op uitkeringen die ingaan vóór 1 januari 2002 en wijst het hoger beroep af.