ECLI:NL:CRVB:2004:AO2832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie zonder regresrecht voor niet-eigenrisicodrager
Appellante, een grote werkgever, maakte bezwaar tegen het besluit waarbij zij voor het premiejaar 1999 werd aangemerkt als grote werkgever en de gedifferentieerde WAO-premie werd vastgesteld op 1,65%. Dit besluit werd door de rechtbank ongegrond verklaard, waarna appellante in hoger beroep ging.
De arbeidsongeschiktheid van een werknemer van appellante was het gevolg van een auto-ongeval in 1993. De uitkering ingevolge de WAO werd toegekend vanaf 31 oktober 1994. De gedifferentieerde premie werd vastgesteld op basis van deze uitkering. Appellante betoogde dat bij de premieberekening rekening had moeten worden gehouden met het regresrecht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op de schadeveroorzaker, terwijl zij zelf als niet-eigenrisicodrager geen regresrecht heeft.
De Raad overwoog dat omslagleden zoals appellante geen betalingen doen die voor verhaal in aanmerking komen, zodat regresrecht voor hen niet juridisch adequaat is. Tevens wees de Raad erop dat de regeling voor premievermindering na ontvangst van schadevergoeding slechts geldt voor uitkeringen die ingaan op of na 1 januari 2002, terwijl de uitkering in deze zaak dateert van 1994. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees erop dat de rechter niet bevoegd is om de billijkheid van de wet te toetsen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie zonder rekening te houden met regresrecht voor niet-eigenrisicodragers.