ECLI:NL:CRVB:2005:AT3360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste verwerking inkomsten
Appellante ontving een bijstandsuitkering naast haar inkomsten uit arbeid. De gemeente Maastricht voerde een heronderzoek uit en constateerde dat de inkomsten van appellante niet correct in mindering waren gebracht, waardoor zij te veel bijstand ontving. Op basis van artikel 81, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) werd een bedrag van ƒ 8.124,58 teruggevorderd.
Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, dat door de gemeente ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat appellante haar inkomsten tijdig en volledig had gemeld, maar dat de gemeente deze informatie foutief had verwerkt.
De Raad stelde vast dat artikel 81, tweede lid, Abw alleen ziet op gevallen waarin geen sprake is van ten onrechte verleende bijstand, maar een administratieve fout van het bestuursorgaan. Dit was hier niet het geval, omdat appellante daadwerkelijk te veel bijstand had ontvangen. Daarom was de terugvordering onjuist gebaseerd en diende een nieuw besluit te worden genomen op grond van artikel 69, derde lid, Abw.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering is vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen op juiste wettelijke grondslag.