ECLI:NL:CRVB:2005:AT3523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde kinderbijslag en wijze van invordering
Appellant werd geconfronteerd met een besluit van de Sociale Verzekeringsbank tot terugvordering van €3.988,06 aan teveel betaalde kinderbijslag voor zijn zoon over de periode van het derde kwartaal 1996 tot en met het tweede kwartaal 2001. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd deels ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep van appellant eveneens ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de herziening van het recht op kinderbijslag niet aan de orde was, mede omdat tijdens de hoorzitting uitgebreid over dit onderwerp was gesproken. De Raad oordeelde echter dat appellant geen bezwaar had ingediend tegen het herzieningsbesluit en dat de wettelijke bepalingen omtrent bezwaar en beroep niet werden geschonden.
De Raad verwierp ook het verweer dat appellant onvoldoende was gewaarschuwd over de samenhang tussen het herzieningsbesluit en de terugvordering, aangezien gelijktijdig met het herzieningsbesluit een brief was verzonden waarin de terugvordering werd aangekondigd.
Gezien het ontbreken van zelfstandige gronden tegen de terugvordering en de wijze van invordering, bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van teveel betaalde kinderbijslag en de wijze van invordering, en verklaart het hoger beroep ongegrond.