ECLI:NL:CRVB:2005:AT3539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens niet aannemelijke terugbetalingsverplichting schuld
Appellant vroeg op 11 november 2001 bijstand aan op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). De gemeente Groningen wees de aanvraag af omdat het vermogen van appellant de vermogensgrens overschreed. Appellant stelde dat er rekening moest worden gehouden met een schuld aan zijn broer van 35.000 gulden en andere schulden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen terugbetalingsverplichting voor de schuld aan de broer bestond. In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel. De leningsovereenkomst bevat geen aflossingsverplichting en terugbetaling is afhankelijk van verkoop van de woning, een onzekere toekomstige gebeurtenis. Ook andere schulden zijn onvoldoende onderbouwd en er zijn geen aflossingen verricht.
De Raad concludeert dat het vermogen juist is vastgesteld zonder rekening te houden met de gestelde schulden en bevestigt de eerdere uitspraak. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de bijstandsuitkering wegens het ontbreken van een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting van de schuld.