ECLI:NL:CRVB:2005:AT3980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en woonplaats
Appellant ontving sinds 1983 een bijstandsuitkering als alleenstaande, ingeschreven in een gemeente. Naar aanleiding van een anonieme tip dat hij samenwoonde met een partner in een andere gemeente, verrichtte de sociale recherche een onderzoek. Dit leidde tot het besluit de bijstand vanaf 1 april 1996 tot eind 2000 in te trekken en de kosten terug te vorderen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank buiten de omvang van het geding was getreden door te oordelen over zijn woonplaats, terwijl het besluit alleen op gezamenlijke huishouding was gebaseerd. De Raad oordeelde echter dat de besluiten en onderliggende rapportage ook de woonplaats betreffen.
De Raad stelde vast dat de rechtbank de gronden van appellant verwierp en dat appellant in hoger beroep geen nieuwe argumenten aanvoerde. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd.