ECLI:NL:CRVB:2005:AT3986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Herziening terugvordering teveel betaalde uitkering wegens overwerk en gratificaties
Gedaagde ontving een uitkering op grond van de Uitkeringsregeling 1966 en vond vanaf februari 1997 een nieuwe baan. De uitkering werd verminderd op basis van door gedaagde opgegeven inkomsten. Later werd vastgesteld dat overwerkvergoedingen en gratificaties niet waren opgegeven, waarna appellant een terugvordering instelde.
De rechtbank vernietigde het besluit tot terugvordering over 1997 vanwege de zogenoemde zes-maanden jurisprudentie, die stelt dat terugvordering niet mogelijk is als de administratie niet binnen zes maanden na signalering actie onderneemt. Appellant betwistte dit voor overwerk en gratificaties, omdat deze niet als vast loonbestanddeel gelden.
De Raad oordeelt dat overwerkvergoedingen en gratificaties inderdaad geen vast loon zijn en dat de jaaropgave 1997 geen signaal vormde voor latere jaren. Gedaagde handelde niet te kwader trouw, maar had wel de verplichting om alle inkomsten op te geven. De Raad acht terugvordering over de periode 1998 tot medio 1999 redelijk, maar niet over 1997 vanwege het lange tijdsverloop tussen opgave en terugvordering.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met de opdracht aan appellant een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze overwegingen. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Appellant mag de te veel betaalde uitkering over 1997 niet terugvorderen, maar wel over 1998 tot medio 1999.