ECLI:NL:CRVB:2005:AT4452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet gerechtvaardigd
Appellante ontving bijstandsuitkering sinds 1986. Gedaagde stelde op basis van een sociaal recherche rapport dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner en introk daarop de uitkering over de periode 1988-1997, met terugvordering van kosten.
De rechtbank vernietigde het besluit deels, waarna gedaagde een nieuw besluit nam met beperkte intrekking en terugvordering over 1995-1996. Appellante ging in hoger beroep tegen dit besluit en betwistte het bestaan van een gezamenlijke huishouding.
De Raad oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat appellante en haar partner feitelijk samenwoonden, mede omdat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven en gedaagde geen aanvullend onderzoek deed naar bewoning. Hierdoor kon de intrekking en terugvordering niet in stand blijven.
De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen, wees het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende inzicht in renteschade en veroordeelde gedaagde in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering over de periode 6 januari 1995 tot en met 31 december 1996 wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen.