ECLI:NL:CRVB:2005:AT4867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering verhoging WAO-uitkering op bezoldiging ambtenaar defensie
Gedaagde was sinds 1985 werkzaam als gasmaskerherstelster bij de Koninklijke Landmacht en werd gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Vanaf 1994 werkte zij 20 uur per week met een aangepaste bezoldiging. Na een functiewijziging in 1998 werd zij administratief medewerkster. Door toegenomen arbeidsongeschiktheid werd haar WAO-uitkering meerdere malen herzien, waarbij een verhoging werd vastgesteld.
De Staatssecretaris van Defensie bracht de verhoging van de WAO-uitkering over de periode juni 1999 tot oktober 2000 in mindering op de bezoldiging en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug. De rechtbank Zutphen vernietigde dit besluit, stellende dat de WAO-uitkering niet ter zake van dezelfde betrekking was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde anders en stelde dat de verhoging van de WAO-uitkering wel degelijk verband hield met de ongeschiktheid voor de betrekking en dat de terugvordering gerechtvaardigd was. Tevens vond de Raad geen aanleiding tot matiging van de terugvordering. De aangevallen uitspraak werd vernietigd en het beroep van gedaagde ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag wordt bevestigd.