ECLI:NL:CRVB:2005:AT4906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na beëindiging tijdelijk dienstverband
Appellant was in dienst bij Compuflex Automatisering B.V. voor de duur van een project bij Aino B.V. dat werkzaamheden bij Debis omvatte. Na beëindiging van het project werd appellant op 11 december 2001 ontslagen. Gedaagde weigerde de WW-uitkering omdat appellant verwijtbaar werkloos zou zijn geworden door zijn gedrag jegens werkgever en Debis, waaronder het zonder bericht niet verschijnen op het werk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het dienstverband vanwege de malaise in de IT-branche niet verlengd werd en betwistte dat een verlenging mogelijk was. Gedaagde stelde dat het contract tot 31 december 2001 liep en dat de opdracht op 11 december nog niet was voltooid.
De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden, maar vond onvoldoende bewijs dat het dienstverband na 31 december 2001 zou zijn verlengd indien appellant zich anders had opgesteld. Het onderzoek van gedaagde was onvoldoende zorgvuldig, waardoor het bestreden besluit en de uitspraak vernietigd werden. Gedaagde moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen.