ECLI:NL:CRVB:2005:AT4911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet-beschikbaarheid voor arbeidsmarkt bij arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WW-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), omdat hij volgens het UWV niet beschikbaar was om arbeid te aanvaarden. De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft dit standpunt bevestigd, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en concludeert dat appellant zich niet beschikbaar heeft gesteld voor de arbeidsmarkt. Dit blijkt uit diverse stukken, waaronder een arbeidskundig rapport waarin appellant aangaf geen WW-uitkering te willen aanvragen vanwege eerdere problemen, geen bemiddeling wilde en vond dat hij te ziek was om te werken. Ook het inschrijfformulier van het CWI en het aanvraagformulier WW bevestigen dat appellant ziek was en niet heeft gesolliciteerd.
Hoewel appellant ter zitting stelde dat hij actief naar werk heeft gezocht, kon hij dit niet met verifieerbare gegevens onderbouwen. De Raad acht daarom het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het UWV. Er is geen sprake van een communicatiestoornis of misverstand die het standpunt van het UWV zou ondermijnen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet-beschikbaarheid voor arbeid.