ECLI:NL:CRVB:2005:AT4912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beperkte kennisneming ambtsbericht leidt tot schending fundamenteel bestuursprocesrecht in kinderbijslagzaak
Appellant verzocht om kinderbijslag voor kinderen die in Pakistan verblijven. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, weigerde de kinderbijslag op grond van het niet overleggen van gelegaliseerde geboorteakten en vorderde terugbetaling van te veel betaalde bedragen. Appellant overhandigde later alsnog gelegaliseerde documenten, waarna gedaagde een verificatieonderzoek in Pakistan liet uitvoeren. Dit onderzoek wees uit dat de geboorteakten onjuist en vervalst waren en dat sommige kinderen niet bestonden of niet van appellant waren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de oorspronkelijke weigering niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, maar oordeelde dat gedaagde een nieuw besluit moest nemen op het verzoek om terug te komen van de eerdere beslissing. Gedaagde handhaafde het besluit tot weigering op basis van het verificatieonderzoek. Appellant stelde in hoger beroep dat de beperkte kennisneming van het ambtsbericht in strijd was met artikel 8:29 Awb Pro en dat gedaagde onredelijk had gehandeld door niet opnieuw onderzoek te doen.
De Raad oordeelde dat appellant onterecht was beperkt in de kennisneming van het ambtsbericht, wat een schending van een fundamenteel bestuursprocesrechtelijk beginsel inhoudt. Dit leidde tot vernietiging van het bestreden besluit en de uitspraak. De Raad handhaafde echter de rechtsgevolgen van het besluit omdat het onderzoek naar vervalste documenten rechtvaardiging bood voor de weigering van kinderbijslag. De Sociale verzekeringsbank werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van bestuursprocesrecht, maar de rechtsgevolgen van de weigering kinderbijslag blijven in stand.