Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
Wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur
allevoor de zaak relevante stukken ter inzage dienen te liggen, behalve wanneer een van de leden 4, 5 of 6 van artikel 6.3.9 [thans artikel 7:4 van Pro de Awb, A-G] van toepassing is.
proceseconomischeredenen (en derhalve niet zoals in de uitspraak is opgenomen om
procestechnischeredenen) niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken te hebben meegezonden. Ik acht dit verschil in woordkeus van wezenlijk belang. Immers om procestechnische redenen iets niet meezenden wekt de suggestie dat opzettelijk informatie is achtergehouden om de proceskansen van de inspecteur te vergroten. De inspecteur heeft mij verzekerd dat hiervan geen sprake was, maar dat hij louter om doelmatigheidsredenen in het verweerschrift een samenvatting van alle relevante feiten uit de stukken heeft gegeven. Dit was in deze individuele zaak ten onrechte. Het beleid van de Belastingdienst is er op gericht aan de rechter alle op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken. Uit navraag die ik heb gedaan bij de Belastingdienst komt het beeld naar voren dat de inspecteurs en ontvangers van de Belastingdienst conform dit beleid handelen. Dit laat onverlet dat bij de afweging of bepaalde stukken op de zaak betrekking hebben - en dus moeten worden meegestuurd - incidenteel inschattingsfouten kunnen worden gemaakt. Gelet op bovenstaande bestaat er voor mij geen aanleiding tot beleidsmatig ingrijpen.
3.Digitalisering
A. Project KEI
4.Op de zaak betrekking hebbende stukken I Analyse
A. Inleiding
nietaanvaard als ‘gewichtige redenen’:
ter beschikking staand stukdient te worden overgelegd omdat het op de zaak betrekking heeft, (…) geen doorslaggevende betekenis [kan] toekomen aan de betwisting van dat laatste door de inspecteur.’ De betwisting daarvan door de inspecteur berust - evenals haar eventuele onderbouwing - ‘immers mede op feitelijke gegevens (de inhoud van dat stuk) die aan de belanghebbende en de rechter niet bekend zijn, zodat zij door de belanghebbende niet kunnen worden weerlegd, en door de rechter niet op juistheid kunnen worden getoetst’. [187]
ter beschikking staat. Dit gelet op de overweging in deze arresten dat ‘een inspecteur in beginsel alle stukken die hem ter beschikking staan en een rol hebben gespeeld bij zijn besluitvorming aan de belanghebbende en aan de rechter over te leggen’. [208] Blijkens het arrest van 23 mei 2014 geldt dit ook voor stukken die aan de inspecteur ter beschikking
hebbengestaan. Als een relevant stuk ‘zoek’ is geraakt ten burele van de Belastingdienst, dient dit voor rekening van het bestuur te worden gelaten. [209]
nietaangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 7:4 van Pro de Awb:
welaangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van Pro de Awb:
nietaangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van Pro de Awb:
nietaangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 7:4 van Pro de Awb:
welaangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van Pro de Awb: