ECLI:NL:CRVB:2005:AT5077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning persoonsgebonden budget en indicatie zorgzwaarte dochter
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het zorgkantoor om geen hoger persoonsgebonden budget (pgb) toe te kennen dan f 650,-- per dag voor de zorg van zijn dochter, die een indicatie heeft voor uitgebreide zorg en verpleging.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat het zorgkantoor terecht heeft vastgesteld dat een hoger budget financieel niet verantwoord is in vergelijking met de kosten van opname in een AWBZ-instelling. De verklaring van een onafhankelijke arts die opname zou contra-indiceren, werd onvoldoende geacht.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de werkelijke kosten van naturazorg in aanmerking moeten worden genomen en dat opname gecontra-indiceerd is vanwege onbehandelbare verlatingsangst. De Raad oordeelt dat de maatstaf van het zorgkantoor niet onjuist is en dat de medische contra-indicatie onvoldoende is onderbouwd.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het besluit van het zorgkantoor rechtmatig is, dat het budget van f 650,-- per dag niet onredelijk is en dat de indicatie voor opname in een instelling niet is uitgesloten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het toegekende pgb van maximaal f 650 per dag wordt bevestigd.