ECLI:NL:CRVB:2005:AT5149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering na voortzetting zelfstandige activiteiten
Appellant en appellante ontvingen na het faillissement van appellant een bijstandsuitkering. De sociale recherche stelde vast dat appellant ondanks het faillissement zelfstandige activiteiten in de autohandel voortzette en inkomsten genoot zonder dit te melden aan het College van burgemeester en wethouders van Grootegast.
Op basis van het onderzoek wijzigde het College de ingangsdatum van de bijstand en vorderde het de teveel ontvangen bijstand terug. De rechtbank vernietigde een eerdere beslissing die het bezwaar ongegrond verklaarde en oordeelde dat het bezwaar tegen de wijziging van de ingangsdatum terecht ontvankelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het rapport van de sociale recherche voldoende grond biedt om te concluderen dat appellant beschikte over auto's, een loods huurde en herstelwerkzaamheden verrichtte waarvoor hij werd betaald. Appellanten hebben hun inlichtingenverplichting geschonden door deze activiteiten en inkomsten niet te melden.
Hierdoor was het College bevoegd het recht op bijstand over de betreffende periode in te trekken en de kosten terug te vorderen. Er zijn geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering zijn terecht en worden bevestigd.