ECLI:NL:CRVB:2005:AT5212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden
Appellante ontving vanaf 30 juli 2001 een WW-uitkering gebaseerd op een gemiddeld aantal arbeidsuren van 39,08 per week. De uitkering werd bij besluit van 13 september 2002 herzien omdat zij werkzaamheden via het uitzendbureau Randstad Projecten B.V. had verricht die niet op haar werkbriefjes waren vermeld. Tevens werd een bedrag van € 3.647,10 teruggevorderd.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond. In hoger beroep erkende appellante dat zij de werkzaamheden via Randstad niet had opgegeven, maar voerde aan dat gedaagde fouten had gemaakt. Gedaagde stelde dat de aangevoerde gronden niet relevant waren of betrekking hadden op een andere periode of andere werkzaamheden via een ander uitzendbureau, die eveneens niet waren opgegeven.
De Raad stelde vast dat appellante bewust onjuiste werkbriefjes had ingevuld en dat de terugvordering terecht was. Financiële problemen van appellante werden niet aannemelijk gemaakt en vormden geen dringende reden voor kwijtschelding. De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden.