ECLI:NL:CRVB:2005:AT5473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bijstandsverlaging
Appellant ontving sinds 1995 een bijstandsuitkering en werd in december 2002 voor één maand met 20% gekort wegens weigering een aanvullend reïntegratieplan te ondertekenen. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit en herroept het. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat hij nooit een aanvullend reïntegratieplan had gezien en dat er sprake zou zijn van valsheid in geschrifte door functionarissen van de gemeente.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank het besluit van 8 april 2003 had vernietigd en het besluit van 16 december 2002 had herroepen, en dat de gemeente zich daarbij had neergelegd. Het hoger beroep had daarom geen concreet belang meer, omdat appellant geen gunstiger uitkomst kon verkrijgen.
De Raad zag geen aanleiding om getuigen op te roepen en wees het hoger beroep af wegens ontbreken van procesbelang. De Raad benadrukte dat de rechter alleen rechtsvragen mag beoordelen die van belang zijn voor het geschil over een bestuursbesluit. Een uitspraak over principiële kwesties zonder concreet belang is niet mogelijk.
Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de uitspraak van de rechtbank definitief bleef. De Raad verwees naar vaste jurisprudentie dat een rechterlijke uitspraak niet kan worden gevraagd louter vanwege de principiële betekenis voor toekomstige gevallen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.