ECLI:NL:CRVB:2005:AT5535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Gedaagden ontvingen vanaf februari 2001 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van vermoedens van onjuiste opgave van inkomsten startte de gemeente een onderzoek. De uitkering werd per september 2001 opgeschort en later ingetrokken, met een boete opgelegd wegens fraude. De rechtbank verklaarde het bezwaar deels gegrond en vernietigde het besluit voor een deel, maar de Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat gedaagden de wettelijke inlichtingenverplichting schonden door onvoldoende informatie te verstrekken over werkzaamheden en inkomsten, waaronder onduidelijkheid over uren en het ontbreken van een boekhouding. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Volgens de Raad rust op gedaagden de bewijslast om aan te tonen dat zij recht hadden op bijstand ondanks de schending.
Omdat gedaagden hier niet in slaagden, was appellant bevoegd de uitkering over de periode februari tot augustus 2001 in te trekken en de gemaakte kosten terug te vorderen. Ook de beëindiging van de uitkering per september 2001 was terecht. De Raad vernietigde het eerdere vonnis en verklaarde het beroep ongegrond, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging, intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.