ECLI:NL:CRVB:2005:AT5707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAJONG-uitkering wegens detentie in Duitsland
Appellant, die een WAJONG-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, verbleef van 27 december 2001 tot 4 maart 2002 in detentie in Duitsland. De uitkering werd per 27 januari 2002 ingetrokken op grond van artikel 17, vijfde lid, van de Wajong, zoals gewijzigd door de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg).
Appellant stelde beroep in tegen het intrekkingsbesluit en het terugvorderingsbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte ook het terugvorderingsbesluit had betrokken bij haar beoordeling, wat in strijd is met artikel 8:69 Awb Pro.
De Raad bevestigt dat het intrekken van de uitkering terecht is, ook gezien de detentie in Duitsland die gelijk wordt gesteld aan voorlopige hechtenis in Nederland. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en overwegingen omtrent internationale rechtsvergelijking en schadevergoeding bij onterechte detentie.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het terugvorderingsbesluit betreft, maar bevestigd voor het intrekkingsbesluit. Tevens wordt appellant een vergoeding van € 87,- toegekend voor het betaalde recht.
Uitkomst: Intrekking van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd, terugvordering vernietigd en vergoeding van betaalde proceskosten toegekend.