ECLI:NL:CRVB:2005:AT5811

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/5449 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig indienen hoger beroepschrift

De zaak betreft een verzetprocedure tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin het hoger beroep van opposant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift was niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na verzending van de uitspraak van de rechtbank ontvangen.

Opposant stelde dat hij het beroepschrift op 30 september 2004 had geschreven en geprobeerd had het diezelfde dag nog te posten, maar dat dit niet lukte vanwege gesloten brievenbussen. De Raad oordeelde dat deze verklaring onvoldoende was om aan te nemen dat het beroepschrift tijdig was verzonden.

De Raad concludeerde dat er geen gronden waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Raad in aanwezigheid van de griffier op 10 mei 2005.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdig indienen van het hoger beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

04/5449 ANW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 14 december 2004 met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb heeft de Raad het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2004, reg.nr. 04/663 ANW, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 29 maart 2005. Opposant is verschenen, bijgestaan door L. Jansen. Geopposeerde heeft zich - met voorafgaand bericht - niet laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 14 december 2004 berust hierop, dat het hoger-beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken is ingediend en dat geen sprake is van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.
Vaststaat dat op 20 augustus 2004 aan partijen een afschrift van de aangevallen uitspraak is gezonden, zodat de termijn eindigde op 1 oktober 2004. Eveneens staat vast dat het hoger-beroepschrift op 5 oktober 2004 bij de Raad is ontvangen en dat de enveloppe waarin het is verzonden het poststempel 4 oktober 2004 draagt.
Opposant heeft verklaard dat hij het hoger-beroepschrift op 30 september 2004 heeft geschreven en dat hij heeft getracht het diezelfde dag vóór 18.00 uur te posten. Dat is echter niet gelukt, omdat twee zich in de buurt bevindende brievenbussen tijdelijk gesloten bleken, als gevolg waarvan hij pas na 18.00 uur de enveloppe met het hoger-beroepschrift in een wel geopende brievenbus heeft kunnen deponeren.
De Raad is van oordeel dat deze enkele verklaring van opposant niet toereikend is om aan te nemen dat het hoger-beroepschrift op 30 september 2004, en daarmee - nog - binnen de termijn, ter post is bezorgd. Daarmee is gegeven dat het niet tijdig is ingediend.
Van gronden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten is de Raad niet gebleken.
Uit het voorgaande volgt dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons als voorzitter en mr. C. van Viegen en mr. J.J.A. Kooijman als leden, in tegenwoordigheid van S.W.H. Peeters als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2005.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) S.W.H. Peeters.