ECLI:NL:CRVB:2005:AT5943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en vaststelling maatmaninkomen
Betrokkene, een gelegenheidszanger geboren in 1946, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling werd zijn uitkering ingetrokken omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar stelde het bestuursorgaan de arbeidsongeschiktheid vast op 35-45% met een maatmaninkomen gebaseerd op 20 uur per week.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering van de arbeidsduur. In hoger beroep betoogde betrokkene onder meer dat het opleidingsniveau en de urenomvang onjuist waren vastgesteld en dat zijn arbeidsverhouding als werknemer moest worden beschouwd, waardoor beroepskosten niet in mindering mochten worden gebracht.
De Raad oordeelt dat betrokkene bewust afstand heeft gedaan van onderzoek in zijn woonplaats en dat er geen medische gronden zijn voor urenbeperking. Het bestuursorgaan heeft het maatmaninkomen en het opleidingsniveau terecht vastgesteld, en de beroepskostenaftrek is niet onredelijk. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep van het bestuursorgaan wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het bestuursorgaan gegrond.