ECLI:NL:CRVB:2005:AT5983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag categoriale bijzondere bijstand wegens verstreken termijn
Appellante heeft sinds 1984 met onderbrekingen een bijstandsuitkering ontvangen. In 1999 kreeg zij categoriale bijzondere bijstand van f 600,-- voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen toegekend. In 2001 vroeg zij opnieuw deze bijstand aan, maar deze werd afgewezen omdat nog geen vier jaar waren verstreken sinds de vorige toekenning.
De Raad stelde vast dat het beleid van de gemeente Groningen, vastgelegd in de beleidsnota “Doe Mee(r) in de Stad 2001”, een redelijke beleidsbepaling is die voorziet in een regeling waarbij gezinnen met kinderen die langdurig van een minimuminkomen leven, eens per vier jaar recht hebben op deze bijstand.
Appellante voerde aan niet te weten dat toekenning slechts eenmaal per vier jaar mogelijk is, maar dit werd niet als bijzondere omstandigheid erkend die tot afwijking van het beleid zou leiden. De Raad bevestigde daarom het besluit van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De aanvraag voor categoriale bijzondere bijstand wordt afgewezen omdat de vierjaarstermijn sinds de vorige toekenning nog niet was verstreken.