ECLI:NL:CRVB:2005:AT5990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten
Aan appellant is vanaf 24 maart 2000 een bijstandsuitkering toegekend. Gedaagde beëindigde het recht op bijstand per 1 september 2001 en reviseerde de uitkering over de periode 24 maart 2000 tot 31 augustus 2001, met terugvordering van f 38.168,74, omdat appellant zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen door inkomsten uit werkzaamheden op een rommelmarkt te verzwijgen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat appellant niet had gemeld dat hij werkzaamheden en inkomsten had uit handelsactiviteiten en autohandel, ondanks aanwijzingen en verklaringen van derden. Het hobbymatige karakter van de activiteiten deed hier niet aan af.
De Centrale Raad van Beroep ziet in het hoger beroep geen nieuwe feiten of argumenten die het oordeel van de rechtbank kunnen veranderen en bevestigt de uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.