ECLI:NL:CRVB:2005:AT6650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellante, sinds 1993 in dienst bij een stichting, viel in mei 2000 uit wegens ziekte en kreeg vanaf mei 2001 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een herbeoordeling in juni 2002 werd dit percentage verlaagd tot 35-45%, waarna zij vanaf augustus 2002 een WW-uitkering ontving. Gedaagde legde een korting van 20% op de WW-uitkering op wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen in de periode van 21 augustus tot 9 september 2002.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij vanaf 28 augustus 2002 niet voldeed aan de minimumeis van één sollicitatie per week. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet tijdig was geïnformeerd over haar sollicitatieverplichtingen en de controlevoorschriften niet had ontvangen. Ook stelde zij dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De Raad overwoog dat appellante reeds op 12 juni 2002 was geïnformeerd over haar verplichtingen en op 28 augustus 2002 een brochure had ontvangen. De Raad vond onvoldoende aannemelijk dat appellante de informatie niet had ontvangen en stelde vast dat zij in de relevante periode niet had gesolliciteerd. De korting van 20% gedurende 16 weken werd daarom bevestigd, waarbij geen ruimte werd gezien voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen wordt bevestigd.