ECLI:NL:CRVB:2005:AT6655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van te late aanvraag overname loonverplichtingen volgens de Werkloosheidswet
Appellant verrichtte werkzaamheden voor twee besloten vennootschappen, waarbij een persoon zich als directeur presenteerde zonder bevoegdheid. Toen appellant ontdekte dat deze persoon niet bevoegd was, stopte hij zijn werkzaamheden en vorderde loon en onkosten, die niet werden betaald. Hij diende een aanvraag in voor overname van deze loonverplichtingen bij het UWV, maar deze werd afgewezen vanwege te late indiening, conform artikel 23 van Pro de Werkloosheidswet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant de aanvraag pas ruim na de gestelde termijn had ingediend en geen bijzonder geval had aangetoond dat afwijking zou rechtvaardigen. In hoger beroep stelde appellant dat hij tijdig melding had gemaakt van betalingsonmacht en dat het UWV hem had geadviseerd te wachten met de aanvraag, waardoor het UWV mede verantwoordelijk zou zijn voor de vertraging.
De Raad oordeelt dat de aanvraagdatum bepalend is en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een bijzonder geval. De stellingen van appellant en de overgelegde correspondentie tonen dat hij op de hoogte was van de situatie en rechtskundige bijstand had, maar toch te laat heeft gehandeld. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst de vordering af.
Uitkomst: De aanvraag tot overname van loonverplichtingen wordt afgewezen wegens te late indiening zonder bijzonder geval.