ECLI:NL:CRVB:2005:AT6662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bruikleenauto aan rolstoelgebonden appellant onder Wvg
Appellant, rolstoelgebonden door een neurologische aandoening, verzocht om een bruikleenauto op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). De gemeente Haarlemmermeer wees dit verzoek af, stellende dat de combinatie van toegekende voorzieningen zoals een scootmobiel, handbewogen rolstoel en collectief aanvullend openbaar vervoer voldoende is om in aanvaardbare mate deel te nemen aan het leven van alledag.
Appellant voerde aan dat de afwijzing zijn sociale contacten en vrijwilligerswerk beperkt en dat hij een bruikleenauto nodig heeft voor zelfstandigheid. De Raad overwoog dat de zorgplicht van de gemeente zich richt op het mogelijk maken van deelname in de directe woonomgeving en dat bovenregionale contacten slechts in bijzondere gevallen een rol spelen, bijvoorbeeld bij dreigend sociaal isolement.
De Raad vond de rapportage van de adviserend arts zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. De klachten over het gebruik van voorzieningen voor bovenregionaal vervoer faalden omdat de gemeente daarvoor geen zorgplicht heeft. Het beroep op het Protocol werd verworpen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de bruikleenauto omdat de toegekende voorzieningen adequaat zijn.