ECLI:NL:CRVB:2005:AT6674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bedrijfskapitaal wegens onjuiste aflossingscapaciteit
Appellante en haar ex-echtgenoot hebben een schuld aan de gemeente Zwolle in verband met verstrekt bedrijfskapitaal in de vorm van een rentedragende lening. De kantonrechter had in 1997 bepaald dat de gemeente maandelijks een bedrag mocht invorderen, gelijk aan het verschil tussen de beslagvrije voet en het netto-inkomen, waarbij de aflossingscapaciteit van appellante op nihil werd gesteld.
In 2002 startte de gemeente een heronderzoek en verzocht appellante om ook het inkomen van haar huidige echtgenoot op te geven. Appellante voldeed hier niet aan, waarna de gemeente haar in gebreke stelde en de volledige schuld opeiste. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat artikel 86 van Pro de Algemene bijstandswet ook van toepassing is op terugvordering van kosten van bijstand uit het verleden, maar dat daarvoor wel sprake moet zijn van gewijzigde omstandigheden. De gemeente kon niet aantonen dat er sinds 1997 een wijziging in de financiële situatie van appellante was. Het besluit van 2 juli 2003 is daarom in strijd met de wet genomen en wordt vernietigd, evenals de uitspraak van de voorzieningenrechter. Tevens wordt het besluit van 17 december 2002 herroepen.
De Raad wijst erop dat de terugbetalingsverplichting blijft bestaan en veroordeelt de gemeente in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 2 juli 2003 wordt vernietigd en het besluit van 17 december 2002 herroepen wegens het ontbreken van gewijzigde omstandigheden.