ECLI:NL:CRVB:2005:AT6783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak over loonbetaling en CAO-toepassing in horeca
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het bezwaar van gedaagde tegen correctienota’s over de loonbetaling aan koks in de horeca gegrond verklaarde. De correctienota’s betroffen het niet betalen van het CAO-minimumloon over de jaren 1997 tot en met 2001.
De rechtbank vernietigde het besluit van 14 maart 2003 en beval een nieuw besluit met vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het hoger beroep richt zich op de vraag of de rechtbank terecht aannam dat het voor de besluitvorming van belang is over welke tijdvakken de CAO algemeen verbindend is verklaard.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere jurisprudentie en oordeelt dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Het hoger beroep slaagt, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.